Cijfers

Bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is inzicht in de omvang van belang. U wilt daarom de cijfers van het probleem in kaart hebben. Maar hoe komt u aan die cijfers? Belangrijker nog: hoe interpreteert u deze cijfers? Hoe verhouden de lokale cijfers zich tot die van andere gemeenten in Nederland? En hoe gebruikt u de cijfers bij uw beleid?

Landelijk gezien worden per jaar naar schatting ongeveer 200.000 mensen slachtoffer van huiselijk geweld. En volgens onderzoek zijn in 2010 in Nederland ruim 118.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar blootgesteld aan een vorm van kindermishandeling.

verbaal-geweld.jpg

1. Breng cijfers op gemeenteniveau in kaart

Een effectief gemeentebeleid voor het terugdringen van kindermishandeling en huiselijk geweld begint bij het in kaart brengen van de huidige situatie. Mogelijk wordt een trend zichtbaar waarop u het beleid kunt aanpassen.

Om een beeld te krijgen, kunt u gebruik maken van de Monitor Aanpak Kindermishandeling en Huiselijk Geweld

Raadpleeg monitor

Cijfers Veilig Thuis

Vanaf 2015 stelt het CBS periodiek de beleidsinformatie over Veilig Thuis samen. Iedere Veilig Thuis regio brengt het aantal meldingen, adviezen, (afgeronde) onderzoeken en het vervolg in kaart. Bekijk hier de laatste halfjaarrapportage.

Aanvullende registratiegegevens

  • Opgelegde huisverboden
    Huisverboden die opgelegd zijn aan mensen van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat. Deze vraagt u op bij Veilig Thuis, de politie of uw collega’s bij openbare orde en veiligheid.
  • Casussen door het wijk- of gebiedsteam
    Casussen waarbij sprake is van risico’s en of vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling, behandeld door het wijk- of gebiedsteam.  
  • Casussen MDA++ en bij het CSG
    Casussen van slachtoffers van huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel geweld die zijn behandeld in specialistisch multidisciplinair verband. Hierbij hoort ook het aantal slachtoffers dat zich meldt bij het Centrum voor Seksueel Geweld (CSG).
  • Casussen kindermishandeling Jeugdgezondheidszorg 
  • Casussen van kindermishandeling die gesignaleerd zijn door de jeugdgezondheidszorg.
  • Cijfers verwijsindex risico-jongeren
    De verwijsindex risicojongeren (VIR) is een landelijk, digitaal informatiesysteem dat risicosignalen van hulpverleners over jongeren tot 23 jaar registreert. U ziet hier welke organisaties een signaal afgeven in de VIR. 

Interpretatie

Het is belangrijk de cijfers uit bovengenoemde bronnen op een juiste manier te interpreteren. Als de aantallen hoger uitvallen dan voorgaande jaren, kan dat een aantal dingen betekenen:

  • Het geweld is toegenomen;
  • Professionals zijn beter gaan signaleren en daardoor meer gaan melden;
  • Slachtoffers weten Veilig Thuis beter te bereiken.

2. Maak een analyse van de aanwezigheid van risicofactoren

De cijfers geven een indicatie van het probleem. Na een analyse van de risicogroepen en -factoren in uw gemeente kunt u daar pas met beleid op in spelen. We hebben te maken met statische risicofactoren waar we geen invloed op hebben, zoals leeftijd of geslacht, en dynamische risicofactoren die we wel kunnen beïnvloeden, zoals sociale isolatie.

Belangrijke risicofactoren

Het risico op kindermishandeling is ruim acht keer groter in gezinnen met zeer laag opgeleide ouders en vijf keer groter wanneer beide ouders werkloos zijn. Daarnaast is het risico op kindermishandeling groter bij eenoudergezinnen, gezinnen met drie of meer kinderen en stiefgezinnen (Alink e.a., 2011). Daarnaast zijn de economische situatie, de fysiek en mentale gezondheid en het sociale milieu van belang.

De analyse van de risicofactoren doet u bij voorkeur op wijkniveau. De volgende bronnen kunnen u daarbij helpen:

  • Waar staat je gemeente: De site www.waarstaatjegemeente.nl bevat cijfers voor diverse beleidsterreinen en maakt vergelijking met landelijke cijfers en andere gemeenten mogelijk.
  • Jeugdmonitor: De jeugdmonitor van het CBS geeft toegang tot CBS-statistieken die betrekking hebben op kinderen en jongeren. U kunt per gemeente bekijken welke cijfers beschikbaar zijn.
  • Armoedemonitor: Om inzicht te krijgen in de populatie met een laag inkomen in de gemeente, kunt u gebruik maken van de gemeentelijke armoedemonitor, voor zover die door uw gemeente is uitgevoerd.
  • Monitor Gezondheid: De Monitor Gezondheid ondersteunt lokale en nationale onderzoeken naar de fysieke, mentale en sociale gezondheid van de bevolking. U vergelijkt de cijfers van uw gemeente met landelijke cijfers en inschattingen. De monitor maakt onderscheid in jeugdgezondheid (0 t/m 18 jaar), volksgezondheid (19 t/m 64 jaar) en ouderen (65 jaar en ouder).

3. Stem gemeentebeleid af op de cijfers en risicogroepen

In uw beleid legt u een verband tussen de cijfers en de aanpak in uw gemeente. Welke risicogroepen geeft u prioriteit in preventie en voorlichting? Welke wijken in uw gemeente krijgen extra aandacht bij de handhaving? Beschrijf de stappen zo concreet mogelijk. Zo werkt u richting een effectief gemeentebeleid.