Herstel en nazorg

We zetten groots in op signaleren, melden en stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Maar het is minstens zo belangrijk om aandacht te hebben voor het herstel en het leveren van nazorg. Want, zonder een goed herstel en intensieve nazorg bestaat er een kans dat de pleger opnieuw pleegt en een slachtoffer opnieuw slachtoffer wordt. We vertellen u hoe belangrijk herstel en nazorg zijn. En welke rol de gemeente hierin heeft.

Onderscheid herstel en nazorg

Herstel en nazorg zijn nauw met elkaar verbonden. Maar er zijn wel degelijk verschillen.

Werken aan herstel houdt in dat slachtoffers hulp krijgen bij het herstellen na een traumatische ervaring met huiselijk geweld of kindermishandeling. Door te herstellen kan een slachtoffer:

  • het trauma verwerken
  • een sociaal netwerk opbouwen of herstellen
  • financieel onafhankelijk worden
  • emotioneel herstellen

Nazorg komt na herstel en richt zich op het controleren van het welzijn van het gezin. Bij een intensieve nazorg houdt men in de gaten of:

  • er geen sprake is van herhaling;
  • de pleger ondersteuning nodig heeft om niet in herhaling te vallen;
  • het slachtoffer geen nieuwe of terugkerende problemen ondervindt.

Wat betekent dit voor de gemeente?

De gemeente heeft een belangrijk rol in het herstel en de nazorg voor slachtoffers en plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit is bijvoorbeeld te zien bij:

  • inkoop jeugd GGZ
  • inkoop jeugdhulp
  • invulling rol en taken sociale wijkteam
  • subsidie begeleide lotgenotengroepen

Werken aan herstel heeft pas zin als de directe veiligheid is hersteld. En als de hulp zich richt op de risicofactoren. De ambitie is dat elke Veilig Thuis-regio vanaf 2018 bij multiprobleemgezinnen, gezinnen waar structureel en ernstig geweld plaatsvindt, een MDA++team inschakelt.

Bij werken aan herstel na kindermishandeling zijn twee situaties mogelijk:

  1. Het kind woont (weer) thuis
    Dit is alleen mogelijk als de veiligheid binnen het gezin is verbeterd. Veilig Thuis, een wijk- of jeugdteam of een andere gecertificeerde instelling dat de begeleiding doet, toetst dit. Deze instelling beoordeelt ook welke risico’s er zijn en wat er gedaan wordt om die risico’s te vermijden. Pas dan is werken aan herstel zinvol.
  2. Het kind woont niet thuis
    In principe is de directe veiligheid dan hersteld. Als het kind niet langer in aanraking komt met de risicofactoren, bijvoorbeeld een misbruikende of verslaafde ouder in het weekend, kan er gewerkt worden aan herstel. Pas als de directe veiligheid gewaarborgd is en de risicofactoren volledig onder controle zijn, kan er sprake zijn van terugplaatsing naar huis. Is dit niet het geval, dan is het risico op grotere schade bij het kind aanzienlijk. Alle op herstel gerichte interventies zijn dan voor niets geweest.

Traumaverwerking

Een mishandeld kind of een kind dat getuige is geweest van ernstig huiselijk geweld moet zo snel mogelijk aandacht krijgen van specialisten op het gebied van kindermishandeling. Deze specialisten bevinden zich nu in:

  • traumacentra in kinderziekenhuizen
  • kinder- en jeugdtraumacentra

Vanaf 2018 moeten deze specialisten in iedere Veilig Thuis-regio in het MDA++ team beschikbaar zijn. Hiermee is de directe hulpverlening bij gevallen van mishandeling en/of huiselijk geweld onmiddellijk gewaarborgd.

Snelle aandacht voor het kind betekent niet altijd dat de traumabehandeling direct van start gaat. De traumabehandeling volgt het tempo van het kind. En niet elk trauma manifesteert zich direct. Het kind krijgt wel altijd een consult van de specialist.

Kennis van mogelijke traumagevolgen

Een trauma manifesteert zich niet altijd direct. Maar de gevolgen van mishandeling of huiselijk geweld verdienen altijd gespecialiseerde aandacht. Het is belangrijk dat hulpverleners kennis hebben van de mogelijke gevolgen van kindermishandeling of huiselijk geweld. En dat zij signalen en gedrag van kinderen tijdig herkennen om het juiste hulpaanbod in te zetten.

Bij jeugdbeschermers en gecertificeerde instellingen is deze kennis aanwezig door specifieke trainingen en scholing. Voor professionals van sociale wijkteams is het belangrijk om te weten waar ze terecht kunnen voor advies, consult en verwijzing. Bijvoorbeeld bij het MDA++ team (na 2018).

Traumaverwerking: samenwerking met GGZ
Een trauma door kindermishandeling of huiselijk geweld kan op lange termijn de psychische gezondheid beschadigen. Om deze schade te voorkomen of te beperken, biedt GGZ hulp bij traumaverwerking.

De gemeente stelt samen met GGZ een programma voor de jeugd samen op het gebied van traumabehandeling. In dit programma bieden ze vaak ook traumaverwerking aan na kindermishandeling. De gemeente moet hier bij de inkoop van dit aanbod rekening mee houden. De zorg aan volwassenen betaalt men via de zorgwet.

    Rol en taken sociale wijkteam

    Het sociale wijkteam kan ook werken aan herstel en nazorg. Hier zijn dan afspraken met de gemeente over gemaakt. Het sociale wijkteam kan bijvoorbeeld:

    • werken aan maatschappelijke participatie;
    • werken aan het herstel van het sociale netwerk;
    • afspraken maken over ‘waakvlamcontact’. Contact wanneer dat nodig is weer oppakken. En op andere momenten op de achtergrond aanwezig zijn.
    • Een belangrijke rol spelen voor het hele gezinssysteem, inclusief de ‘achterblijvers’.

    Veel onveilige gezinnen hebben te maken met ernstige financiële problemen. Het wijkteam weet vaak goed wanneer het schuldhulpverlening of ondersteuning bij de administratie inzetten kan.

    Contact met lotgenoten en begeleiding volwassenen

    Veel slachtoffers voelen zich (h)erkend in contact met andere slachtoffers. De gemeente kan dit ondersteunen door groepscontact te faciliteren. Tijdens het groepscontact ligt de focus op empowerment en het herstel van maatschappelijk functioneren. Er zijn een aantal voorbeelden die veel gemeenten al gebruiken in de praktijk zoals Krachtgroepen Stichting ZijwegStichting Zijweg is een lotgenotenorganisatie van vrouwelijke slachtoffers van (ex) partnergeweld en/of stalking. De stichting heeft als doel om met behulp van krachtgroepen, vrouwen hun talenten en kwaliteiten te laten herontdekken. Hierdoor zijn de vrouwen weer in staat zijn om een sociaal en economisch zelfstandig leven te leiden.In circa 20 gemeenten werken professionals al met krachtgroepen. Meer lezen over krachtgroepen? Bekijk de website. en Project De Nieuwe ToekomstHet project ‘De Nieuwe Toekomst’ is gericht op het bevorderen van empowerment van vrouwen die te maken hebben gehad met huiselijk geweld. Het project is een samenwerking tussen De Nederlandse Vrouwen Raad (NVR) en de Federatie Opvang (FO). Het project bestaat uit een groepstraining en een periode van persoonlijke coaching. Het doel is om vrouwen na een periode van opvang en hulpverlening weer de regie te laten nemen over hun eigen leven.Het activeren van een deelneemster van de nieuwe toekomst naar betaald werk levert de gemeente een besparing op. De gemeente kan op jaarbasis ca. € 12.000 besparen op de bijstand. Inmiddels heeft het ministerie van OCW een nieuwe subsidieregeling voor 2017 aangekondigd. Deze regeling biedt een goede mogelijkheid om een lokaal project ‘de Nieuwe Toekomst’ te starten met 50% financiering van OCW.Meer weten? Lees meer over project ‘De Nieuwe Toekomst’.

    Nazorg

    Reclassering en nazorg ex-gedetineerden

    Het ministerie van Veiligheid & Justitie bekostigt en stuurt de reclassering in Nederland aan. Drie reclasseringsorganisaties zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de reclassering:

    • Reclassering Nederland
    • Stichting Verslavingsreclassering GGZ
    • Leger des Heils

    De gemeente is verantwoordelijk voor de nazorg van ex-gedetineerden. Bij een groot deel van de ex-gedetineerden is sprake van een onveilig thuisgezin of van huiselijk geweld. Om het geweld te stoppen of om trauma’s te verwerken kunnen professionals via de gemeente samenwerken met de reclassering. De reclassering kan:

    • een training aanbieden om iemand te helpen zijn impulsiviteit en gevoelens onder controle te houden;
    • ondersteunen bij de re-integratie van iemand in de wijk. Deze ondersteuning volgt na een justitieel traject;
    • aanschuiven bij multidisciplinaire overleggen en bij ZSM;
    • de begeleiding verzorgen van een uithuisgeplaatste bij een Tijdelijk Huisverbod;
    • hulp bieden aan plegers die niet met een huisverbod geconfronteerd zijn, maar waarvan de risicoscreening wel degelijk problemen aan het licht heeft gebracht.

    De gemeente heeft een grote rol bij de huisvesting van ex-gedetineerdenJaarlijks keren rond de 1500 plegers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven terug in onze samenleving. Het komt weleens voor dat er hierdoor maatschappelijke onrust ontstaat. De VNG, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters, het OM en de reclasseringsorganisaties hebben in 2015 afspraken gemaakt over de terugkeer van zedendelinquenten in gemeenten. Uitgangspunt is dat de ex-gedetineerde terugkeert naar de gemeente van voor de detentie. Als het niet lukt om iemand te huisvesten in de gemeente waar hij voor zijn detentie woonde, zet het lokaal bestuur zich in om samen met andere partners een alternatieve oplossing te zoeken. Ook is afgesproken dat het Openbaar Ministerie en de reclasseringsorganisaties voor de vrijlating van zedendelinquenten contact zoeken met het lokaal bestuur over de terugkeer van een delinquent. Op die manier kunnen de belangen van de samenleving en de delinquent tijdig worden afgewogen.

    Scenario maatschappelijke onrust, sociaal calamiteitenplan en dergelijke

    Een aantal gemeenten heeft een scenario maatschappelijke onrust. Dit scenario is opgesteld naar aanleiding van grote zedenzaken of geweldszaken. Het bleek namelijk nodig om met elkaar te kunnen bouwen op bestaande samenwerkingsafspraken.

    Op veel plekken zijn inmiddels ook calamiteitenplannen voor het sociale domein. Het is van belang dat deze plannen en de scenario’s op elkaar aansluiten. Of in ieder geval niet zorgen voor verwarring over welke samenwerking speelt.

    MDA++