Opvang volwassenen

De vrouwenopvang regelt de opvang van mensen die niet langer meer veilig in hun huis kunnen verblijven. Hoewel de naam anders doet vermoeden zijn de vrouwenopvangorganisaties er ook voor mannen. Die doelgroep is echter zo klein, dat er niet overal opvangplekken zijn voor mannen.De opvang van volwassenen is niet volledig lokaal geregeld. Dit kan een aantal redenen hebben, bijvoorbeeld:

  • voor sommige doelgroepen is gespecialiseerde hulp nodig;
  • soms kunnen slachtoffers voor hun veiligheid het beste buiten hun woonplaats of regio opvang krijgen;
  • er is in de eigen regio (tijdelijk) geen plek.

Dat maakt dat u verantwoordelijk bent om de opvang te subsidiëren, maar niet strikt voor uw eigen inwoners. Er geldt geen ‘woonplaatsbeginsel’.

Vormen van opvang

Er zijn verschillende vormen van opvang:

  • noodbed: opvang voor de eerste uren tot hooguit enkele dagen;
  • crisisopvang: opvang om te stabiliseren, nagaan wat voor hulp er nodig is en het in gang zetten van die hulp;
  • begeleid wonen: het creëren van een overgangssituatie waarbij zelfstandigheid het streven is.

De vrouwenopvang biedt soms ook intensieve ambulante ondersteuning om de noodzaak van opvang te voorkomen of om te begeleiden bij het opstarten van het zelfstandige leven.

Opvang locaties

Via www.opvangatlas.nl zijn locaties voor de opvang te vinden.

man-koffer-opvang.jpg

Interventies

In de opvang werken professionals steeds meer met interventies. Een aantal interventies is opgenomen in de databank sociale interventies. De belangrijkste daarvan zijn:

  • krachtwerk: een methode die inzet op zelfregie en die vrijwel overal wordt toegepast in de vrouwenopvang;
  • veerkracht: een methode gericht op kinderen in de opvang.

De centrumgemeente vrouwenopvang is verantwoordelijk voor de organisatie van het toezicht op de opvang. Het toezicht bestaat uit twee componenten:

  • toezicht op hygiëne en veiligheid;
  • breder kwaliteitstoezicht vanuit de Wmo.

De VNG en Federatie Opvang hebben onlangs een kader met kwaliteitseisen vastgesteld. Het is aan gemeenten om het eigen toezichtkader op dit kader af te stemmen en verder vorm te geven.

Financiering

De Vrouwenopvang is gefinancierd vanuit de ‘doeluitkering vrouwenopvang’ en de DU-VO. De DU-VO is aan het gemeentefonds toegevoegd, maar wordt uitgekeerd aan de 35 centrumgemeenten. Deze gemeenten zijn verantwoordelijk en worden geacht hierover de regiogemeenten te informeren.

Op termijn zal ook de vrouwenopvang te maken krijgen met decentralisatie. Elke gemeente krijgt dan een budget en moet zelf bepalen of en hoe ze samenwerken met betrekking tot de vrouwenopvang. Het is daarom van groot belang om de regionale samenwerking te versterken. Dit kan in combinatie met de samenwerking rond maatschappelijke opvang en begeleid wonen. Of met de verdere ontwikkelingen rond Veilig Thuis en MDA++teams.

Crisisopvang