Mantelzorg en GGZ

Mantelzorgers van mensen met een psychische kwetsbaarheid vormen een bijzondere groep mantelzorgers met specifieke behoeften. Mantelzorgers van GGZ-cliënten ervaren een hoger dan gemiddelde belasting en hebben zij minder mogelijkheden om de zorg te delen met het sociale netwerk. Wat kunt u als gemeente doen om dit te voorkomen en bij te dragen aan een goede balans voor het mantelzorgen? Eén op de vijf Nederlanders hebben een psychische kwetsbaarheid, dan wel een psychiatrische ziekte en velen van hen worden door mantelzorgers geholpen. Vooral nu het aantal thuiswonende GGZ-cliënten stijgt, neemt ook de belasting op deze mantelzorgers toe. Deze stijgende belasting kan, vooral bij deze groep mantelzorgers, al snel omslaan in overbelasting. Verder sluiten ondersteuningsvoorzieningen voor deze groep vaak niet aan bij de behoeften die zij hebben. Deze redenen vergroten het risico op overbelasting van mantelzorgers van GGZ-cliënten.

Als gemeente kunt u de mantelzorger van de GGZ-cliënt op meerdere manieren ondersteunen:

  • Zorgen voor een goed aanbod aan respijtzorg
  • Mantelzorgers speciale aandacht geven bij hulpvragen binnen de Wmo
  • Sturen op een goede samenwerking tussen alle partijen in het GGZ-werkveld en het sociaal domein

Kenmerken mantelzorger van GGZ-cliënt

Mantelzorgers van GGZ-cliënten geven lange en intensieve zorg. Als gevolg van de ziekte en psychische kwetsbaarheid van hun naaste, hebben ze te maken met een wisselende zorgintensiteit. Mantelzorg voor GGZ-cliënten gaat om begeleiding en ondersteuning op emotioneel gebied, het dagelijks leven en de financiën en dus minder om huishoudelijke, persoonlijke en verpleegkundige zorg.

Mantelzorgers van GGZ-cliënten hebben behoefte aan erkenning. In de praktijk betekent dit dat wanneer mantelzorgers van GGZ-cliënten door professionals bij de zorg voor hun naaste worden betrokken, dat zij minder belasting ervaren. Ook heeft de mantelzorger van de GGZ-cliënt behoefte aan kennis. Wat is er bijvoorbeeld bekend over de ziekte? Met welke wet- en regelgeving krijg je te maken? En waar liggen taken en verantwoordelijkheden? Verder zijn emotionele, praktische en materiele steun en een gelijkwaardige relatie belangrijk voor mantelzorgers van GGZ-cliënten.

mantelzorg-ggz-infographic.PNG

Kennis voor passende ondersteuning

Om als gemeente goede en passende ondersteuning te bieden aan mantelzorgers van GGZ-cliënten, is het prettig om enige kennis paraat te hebben. In dit geval gaat het dan bijvoorbeeld om wet- en regelgeving binnen het GGZ-werkveld. Ook kan het prettig zijn om op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen binnen de GGZ. Verdiep u daarvoor bijvoorbeeld in de acht randvoorwaarden en condities om tot sociale inclusie te komen.

Wet- en regelgeving binnen de GGZ

De basis van alle zorg in Nederland is de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). In deze wet zijn de rechten en plichten van cliënten die zorg krijgen opgenomen. De WGBO geldt voor alle medische onderzoeken en behandelingen en alle zorg die daarmee samenhangt. Dus ook verpleging, verzorging en nazorg in een GGZ-instelling.

Binnen de GGZ komt het echter ook voor dat cliënten zich niet vrijwillig laten opnemen en er dus ook geen behandelingsovereenkomst tot stand komt tussen zorgverlener en cliënt. Naasten, de wettelijk vertegenwoordiger, arts of in het uiterste geval burgers uit dezelfde gemeente kunnen dan een procedure starten voor een rechterlijke machtiging (RM) of Inbewaringstelling (IBS). Dit betekent dat  de cliënt onder dwang wordt opgenomen (als de cliënt niet wil meewerken). In dat geval kan de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) in werking treden. In deze wet staan de rechten en plichten van cliënten die te maken krijgen met dwang in de zorg.

De Wet Bopz gaat per 1 januari 2019 vervangen worden door de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De grootste kritiek op de Wet Bopz is dat gedwongen behandeling alleen binnen instellingen mogelijk is, ondanks dat dit niet altijd in het belang van de cliënt is. In tegenstelling tot de Wet Bopz kan behandeling van een cliënt binnen de Wvggz dus ook thuis plaatsvinden. Tevens is binnen de Wvggz een prominentere plaats voor de rechten en plichten van familieleden of naasten.

De GGZ wordt vanuit verschillende stelsels bekostigd. Vanuit de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gaat het om bijvoorbeeld extramurale individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en de inloopfunctie. Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdzorg voor kinderen onder de 18 jaar. Dat betekent dus ook de integrale GGZ voor deze doelgroep. Ten slotte valt alle geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg die gericht is op genezing onder de zorgverzekeringswet (Zvw). Alleen het verblijf in een GGZ-instelling langer dan drie jaar (1095 dagen) wordt vergoed vanuit de wet langdurige zorg (Wlz). Zorg vanuit de Wlz vraag je aan bij het zorgkantoor of het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Met deze partijen kunt u samenwerken

Weten met wie u samen moet werken is een pré om als gemeente een goed ondersteuningsnetwerk aan GGZ-mantelzorgers te kunnen bieden. Daarvoor komen verschillende partijen in de regio in aanmerking. Het zal tussen gemeenten verschillen welke partij actief is of met welke partij(en) je intensiever samenwerkt. Toch heb je in iedere gemeente logische samenwerkingspartners. Voorbeelden van partijen waar je als gemeente mee kunt samenwerken in de ondersteuning van GGZ-mantelzorgers:

  • POH-GGZ
  • GGZ-instelling(en)
  • Familie-ervaringsdeskundigen
  • Herstelacademies
  • Bemoeizorgteams
  • RIBW
  • Dagbesteding
  • RACT-teams & FACT-teams
  • Maatschappelijke opvang

Heb je behoefte aan inspiratie en instrumenten hoe je deze samenwerking vorm moet geven? Bekijk dan deze infographic:Samenwerking met eerstelijnszorg

Deze stappen kunt u zelf ondernemen

Naast de samenwerking zoeken met andere lokale partijen kunt u als gemeente zelf natuurlijk ook de nodige stappen ondernemen. In de infographic noemen we wat u zelf als gemeente kunt doen.

1. Integraal werken
Om mantelzorgers goed te ondersteunen is het fijn als de gemeentelijke dienstverlening op elkaar aansluit en mantelzorgers dus niet bijvoorbeeld drie keer hetzelfde verhaal hoeven te vertellen. Een integrale werkwijze rond informele zorg biedt daarvoor uitkomst. Hiervoor kan het prettig zijn als u eerst zowel intern als extern een integrale visie op informele zorg formuleert. Bekijk ook onze infographic die u hierbij kan helpen door hier te klikken.

2. Triadisch werken
Triadisch werken is een begrip uit de GGz. Daarmee wordt bedoeld dat, op het niveau van de zorg- en dienstverlening, de relatie tussen cliënt, hulpverlener en familie actief wordt vorm gegeven. Zowel in het belang van de betrokken cliënten en de betrokken familieleden als in het belang van de – kwaliteit van de – zorg. Ook gemeenten kunnen triadisch werken. Daarmee zorgen zij voor balans in belangen van herstel van degene met een psychische kwetsbaarheid, als wel diens zorg en ondersteuning vanuit de wijk. En voor het belang van de naaste die mantelzorg levert.

3. Bewustwording van GGZ-problematiek
Zonder je in te leven in de problemen waar een mantelzorger van een GGZ-cliënt tegenaan loopt, kunt u als gemeente ook geen passende dienstverlening aanbieden. Zorg dus dat u de situatie van een mantelzorger van een GGZ-cliënt (h)erkent en hier passende ondersteuning voor organiseert. Dit kunt u doen door bijvoorbeeld een persona van de GGZ-mantelzorger in uw gemeente te ontwikkelen of een keer een ervaringsdeskundige uit te nodigen.