Cijfers

Elke burger participeert op zijn of haar eigen manier. Bijvoorbeeld via werk, opleiding, vrijwilligerswerk, activiteiten in de buurt of bij verenigingen. Er zijn ook groepen die een extra steuntje in de rug nodig hebben om mee te kunnen doen. Wie zijn deze mensen? En om welke aantallen gaat het? Hieronder leest u de meest belangrijke cijfers en feiten op het gebied van participatie bevorderen

Mensen in de bijstand (Wet Werk en Bijstand - WWB)

  • 463.000 mensen zitten in Nederland in de bijstand (CBS, 30 juni 2016). Gemiddeld ontvangt iemand in Nederland 56 maanden bijstand. Ongeveer 30% blijft langer dan vijf jaar in de bijstand.
  • De belangrijkste redenen voor het niet kunnen vinden van een betaalde baan zijn:
    - lichamelijke gezondheid (53%)
    - psychische gezondheid (38%)
    - werkervaring of opleiding (20-30%)
  • 32% van de WWB'ers is zeer laagopgeleid en hebben geen onderwijs of alleen basisonderwijs genoten. 30% heeft wel vervolgonderwijs gevolgd maar is niet in het bezit van een startkwalificatie.
  • 45,4% van de mensen in de bijstand is man, 53,6% is vrouw. Volgens recent onderzoek van de Inspectie SZW is er een significant verschil tussen mannen en vrouwen: vrouwen stromen minder vaak uit naar werk.
  • 45,4% van de mensen in de bijstand is man, 53,6% is vrouw. Volgens recent onderzoek van de Inspectie SZW is er een significant verschil tussen mannen en vrouwen: vrouwen stromen minder vaakDit ligt mogelijk aan de manier waarop ze naar werk zoeken en de manier waarop hun omgeving hen hierin stimuleert. Volgens de Inspectie zijn mannen en vrouwen waarschijnlijk gebaat bij een verschillende re-integratieaanpak. Vrouwen moeten meer activerende en motiverende hulp krijgen, ook bij hun zoektocht naar de gewenste kinderopvang. uit naar werk.
  • Door de aanpassing van het rijksbeleid in 2015 (Wsw, Wajong) is er een extra toestroom naar de bijstand op gang gekomen van zo’n 15.000 mensen op jaarbasis.
  • Voor de re-integratie van deze mensen is er landelijk 615 miljoen euro beschikbaar gesteld. Bij de aanvang van de crisis in 2008 was dat nog ongeveer 1,8 miljard euro, drie keer zoveel. Gemiddeld is er per bijstandsgerechtigde dus ongeveer 1.400 euro beschikbaar.
Vergelijk uw gemeenteVergelijk de cijfers van uw gemeenten met landelijke cijfers of met die van andere gemeenten. Ga naar Waarstaatjegemeente.nl.

Mensen met een beperking

  • Een op de zeven mensen (13%) tussen 15 en 64 jaar heeft naar eigen zeggen last van één of meer langdurige ziekten, aandoeningen of handicaps die hen – in lichte of sterke mate – belemmeren bij het uitvoeren of verkrijgen van werk (bron: SCP).
  • Wanneer mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering buiten beschouwing worden gelaten, heeft één op de tien personen van 15 tot 65 jaar een arbeidshandicap. Dit aandeel lijkt de laatste jaren tamelijk constant.
  • Mannen, jongeren, hoger opgeleiden en autochtonen hebben gemiddeld genomen vaker geen gezondheidsbeperking (niet arbeidsongeschikt en geen arbeidshandicap) dan vrouwen, ouderen, lager opgeleiden en mensen niet-westerse migranten en hun nazaten.
  • Ongeveer de helft van de mensen die bijstand ontvangt (48%) behoort tot de groep die volgens hun eigen opgave een arbeidshandicap heeft en geen arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Minder deelname aan betaald werk

  • Het aantal mensen met een gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA, WGA) dat betaald werk heeft, daalde in de periode 2008-2014 van 56% naar 43%.
  • De arbeidsdeelname van personen die geen recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar wel een arbeidshandicap hebben, daalde ook van 60% in 2009 naar 46% in 2014.

Achterblijvende participatie in ruimere zin

Ook als we participatie niet alleen definiëren als het hebben van betaald werk, maar als meedoen in ruimere zin, blijven mensen met een beperking achter. Er zijn ook verschillen zichtbaar op andere gebieden, zoals sociale contacten, het gebruik van buurtvoorzieningen en buitenshuis komen. Vooral de groep mensen met een verstandelijke beperking participeert minder. Van hen maakt slechtsTer vergelijking: bij de algemene bevolking van 18 jaar en ouder maakt 73% regelmatig gebruik van buurtvoorzieningen, komt 92% dagelijks buiten en ontmoet 85% maandelijks vrienden. Bron: Nivel: participatiemonitor 2015 39% regelmatig gebruik van buurtvoorzieningen, komt 43% dagelijks buiten en ontmoet 58% maandelijks vrienden.

Problemen-met-betalingen.jpg

Armoede en schulden

  • In 2014 hadden iets minder dan 1,2 miljoen mensen een inkomen onder de armoedegrens. Bijna 810.000 mensen hadden minder budget dan nodig is voor de basisbehoeften.
  • Ruim 660.000 personen leeft al langer dan drie jaar onder de inkomensgrens. 375.000 van hen leven al drie jaar of langer onder de basisbehoeftegrens.
  • Mensen met een uitkering, zelfstandigen niet-westerse migranten en eenoudergezinnen met minderjarige kinderen lopen meer risico op armoede (bron: CBS 2016).
  • 4 miljoen huishoudens (1 op de 5) heeft te maken met risicovolle schulden, problematische schulden of zit in een schuldhulpverleningstraject.
  • Voorheen hadden voornamelijk mensen met een bijstandsuitkering of werkenden met een zeer laag inkomen financiële problemen. Sinds de kredietcrisis in 2008 zijn door ontslag, echtscheiding en de crisis op de woningmarkt ook mensen met een modaal inkomen (of hoger) in de problemen geraakt.

Bekijk Wat werkt bij schuldhulpverlening

Bijstand
Beperking
Armoede