Mogelijkheden

Mensen die onder de Participatiewet of Wmo vallen, hebben verschillende mogelijkheden om mee te doen in uw gemeente. Movisie zet de belangrijkste op een rij.

Dagbesteding

Dagbesteding kan arbeidsmatig of recreatief zijn. Recreatieve dagbesteding is gericht op educatie, ontmoeting, invulling van de dag of zingeving. Arbeidsmatige dagbesteding is voor mensen die niet of zeer beperkt tot betaald werk in staat zijn, maar wel in georganiseerd verband - naar vermogen - werkzaamheden met een arbeidsmatig karakter kunnen verrichten. In de praktijk lijken deze vormen veel op elkaar. Wel zijn er twee belangrijke verschillen in de begeleiding en financiering.Bij beschut werk richt begeleiding zich primair op de loonvormende arbeid, bij dagbesteding op praktische ondersteuning en op het oefenen van vaardigheden om de zelfredzaamheid te bevorderen. De financiering voor dagbestedingsactiveiten kwam tot 2015 uit de AWBZ. Vanaf 2015 komt de financiering uit de Wmo voor extramurale cliënten. Beschut werk, waaronder ook de Sociale Werkvoorziening, wordt betaald vanuit de Participatiewet.

Verhalen met impact: het verhaal van Wim Movisie gelooft dat problemen makkelijker zijn aan te pak­ken met een volle maag. Maar dan moet je wel eerst eten hebben. Daar zorgt Wim Zomer voor, vrijwilliger bij de voedselbank in Amersfoort. Hij volgde een training van Movisie om gebruikers van de voedselbank te hel­pen iets aan hun eigen situatie te veranderen. Lees hier zijn verhaal.

Garantiebanen

Garantiebanen of Baanafspraakbanen (BAB)In het sociaal akkoord is afgesproken dat de overheid in samenwerking met het bedrijfsleven 125.000 extra garantiebanen creëert: 100.000 in de marktsector en 25.000 bij de overheid. Garantiebanen staan ook open voor de Wajong-doelgroep en mensen met een WSW-indicatie, Wajongers met arbeidsvermogen en Mensen met een Wiw-baan of ID-baan. Als een sector niet genoeg banen heeft gerealiseerd, kan het kabinet in overleg met sociale partners en gemeenten besluiten om de zogenaamde quotumregeling te activeren. Het volgende meetmoment valt in de zomer van 2017. zijn bedoeld voor mensen die in staat zijn tot betaald werk, maar ook met begeleiding en ondersteuning het minimumloon niet kunnen verdienen. Afhankelijk van de loonwaarde van de werknemer kan de gemeente tot maximaal 70 procent van het wettelijk minimumloon als loonkostensubsidie inzetten voor de werkgever. Het idee achter de banenafspraak is dat mensen met een arbeidsbeperking zoveel mogelijk in reguliere bedrijven kunnen werken. Dit betekent inclusieve organisaties waar ook mensen met een beperking mee kunnen draaien. Vijf aanbevelingen voor gemeenten:

  1. Stimuleer garantiebanen in regionaal verband
    De allergrootste opgave voor gemeenten is: zorgen dat er garantiebanen komen.
    Gemeenten hebben vervolgens de taak om de gemaakte afspraken daadwerkelijk in te vullen: vraag en aanbod bij elkaar brengen, loonkostensubsidie toekennen, begeleiding door jobcoaches aanbieden, etc.
  2. Gebruik een methodiek om loonwaarde vast te stellen
    Bedrijven moeten overtuigd raken dat mensen met minder arbeidsvermogen passen binnen een economisch model. Wettelijk is geregeld dat vanaf 2016 per arbeidsmarktregio één gevalideerd loonwaardesysteem moet worden toegepast. Bij voorkeur wordt de loonwaarde op de werkvloer vastgesteld. Ook kan het instrument ‘proefplaatsing’Werknemers en werkgevers kunnen dan gedurende maximaal drie maanden kijken of iemand op de goede plek zit. worden ingezet.
  3. Werkgeversbenadering
    Voor werkgevers is het belangrijk dat het zo eenvoudig mogelijk is om iemand met een arbeidsbeperking aan te nemen.
    Het realiseren van plekken en de bijbehorende regelingen moeten aansluiten bij de motivatie van werkgevers. Uit de praktijk blijkt dat het lukt om banen te realiseren door werkgevers aan te spreken op hun passie en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Van daaruit willen zij mensen met een arbeidsbeperking kansen bieden. Ook het actief laten zien van succesverhalen stimuleert andere werkgevers om aan de slag te gaan. 
  4. Geef zelf het goede voorbeeld
    Gemeenten kunnen hun procedures en financiering inzetten om initiatieven te bevorderen die nadrukkelijk kiezen voor mensen met een arbeidsbeperking. Stel bijvoorbeeld voorwaarden bij aanbestedingen.
  5. Ga creatief op zoek naar collectieve arrangementen
    Voor mensen die vanwege hun beperkingen individueel niet of nauwelijks inpasbaar zijn bij een regulier bedrijf, kunnen collectieve arrangementen bij werkgevers een uitkomst zijn. Met groepsdetachering is meer mogelijk dan met individuele plaatsing.

Meer aanbevelingen vindt u in de publicatie Niet voor spek en bonen.

Beschut werk

Beschut werk is voor mensen die alleen in een ‘beschutte’ omgeving onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. Het gaat om mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Van een werkgever kan niet worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt, ook niet met extra voorzieningen van gemeente of UWV. Beschut werk heeft betrekking op loonvormende arbeid. Mensen die beschut werken hebben daarom altijd een dienstbetrekking.

Werken met behoud van uitkering

De Participatiewet biedt meerdere mogelijkheden om te werken met behoud van uitkering. De vier belangrijkste vormen zijn:

  1. Proefplaatsing
    De proefplaatsing is bedoeld voor uitkeringsgerechtigden die direct geschikt zijn voor de arbeidsmarkt. Om twijfel bij de werkgever weg te nemen, kan de uitkeringsgerechtigde maximaal zes maanden met behoud van uitkering op de proef werken. Ook kan de proefplaatsing voor maximaal drie maanden gebruikt worden om de loonwaarde en de loonkostensubsidie van potentiele werknemers met een arbeidshandicap vast te stellen.
  2. Participatieplaatsen
    Een participatieplaats is een onbetaalde baan waarin een langdurig werkloze van 27 jaar en ouder met behoud van uitkering kan werken. Het gaat om werklozen voor wie de kans op werk gering is en die nog niet bemiddelbaar zijn op de arbeidsmarkt.
  3. Tegenprestatie naar vermogen
    Gemeenten kunnen bijstandsgerechtigden de verplichting opleggen om naar vermogen bepaalde onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten te verrichten. De plicht tot het leveren van een tegenprestatie staat in principe los van de arbeids- en re-integratieplicht. In de praktijk worden veel bijstandsgerechtigden door gemeenten verzocht om vrijwilligerswerk te gaan doen.
  4. Ondernemen in de bijstand (scharrelondernemenschap)
    Hierbij gaat het om initiatieven waarbij bijstandsgerechtigden experimenteren met een idee voor een eigen bedrijf gedurende een beperkte periode van meestal enkele jaren. In een voor hen veilige omgeving, want in die periode behouden zij het recht op een uitkering. Ze worden ontslagen van de sollicitatieplicht evenals het meedoen aan re-integratieactiviteiten.

Vrijwillige inzet

Voor mensen met een beperking en bijstandsgerechtigden waarvoor de drempel naar betaalde arbeid te hoog is, lijkt vrijwilligerswerk een mogelijkheid om toch mee te doen in de samenleving. Zeker omdat er een steeds grotere behoefte is aan vrijwilligers. Om de kansen van vrijwillige inzet voor mensen met een beperking te benutten, is een goede voorbereiding essentieel. Uit de landelijke cijfers van Digimon, het digitaal monitorinstrument van Movisie, blijkt dat nog geenVaak hebben organisaties het beeld dat vrijwilligers met een beperking te veel tijd en begeleiding kosten. Zij realiseren zich onvoldoende dat ook mensen met een beperking, evenals bijstandsgerechtigden, een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Mensen met een beperking en bijstandsgerechtigden zelf weten tegelijkertijd vaak niet welke mogelijkheden vrijwilligerswerk biedt of durven zich niet als vrijwilliger aan te melden. van de vrijwilligersorganisaties aan mensen met een beperking denkt als ze op zoek zijn naar nieuwe vrijwilligers.