Vernieuwing stimuleren

Werken aan vernieuwing

Innovatie is geen theoretisch concept. Innovatie is iets dat je kunt laten zien en doen in de praktijk. En gezien de transformatie in het sociaal domein is innovatie hard nodig.

Innoveren betekent niet alleen nieuwe ideeën bedenken en experimenteren, maar ook slim gebruik maken van kennis over succesvolle interventies. Uitdaging is om deze kennis op een nieuwe manier te gebruiken, vanuit een andere invalshoek, gebruikmakend van veranderaanpakken die zich bewezen hebben. Hierdoor worden experimenten verduurzaamd en effectief ingezet. Als gemeente kunt u ervoor zorgen dat de twee wetten waarin meedoen centraal staat – de Wmo en de Participatiewet – verbinding ontstaat.

Om er achter te komen hoe u die verbinding legt, heeft Movisie 16 uitvoeringspraktijken waar de wetten elkaar (lijken te) raken geïnventariseerd.

 

Hoe ontstaan vernieuwde initiatieven? Volgens DRIFT, de Dutch Research Institute for Transitions, hebben veranderingen in de transitiefase bepaalde gemeenschappelijke kenmerken. Het begint bij niches waarin tegenbewegingen of protesten ontstaan. Als reactie hierop gaan wetten en regels zich transformeren en onstaan nieuwe verbindingen vanuit systemen. Gevolgd door opnieuw een fase van stabilisatie. De transities in het sociaal domein bevinden zich op basis van dit model nog grotendeels in deze zogenoemde take-off fase.
Vernieuwing start vaak met experimenten op microniveau. De geïnventariseerde praktijkvoorbeelden passen nu (nog) in het micro-level van verandering. Succesvolle veranderingen leiden op mesoniveau tot veranderingen in werkwijzen, dominante structuren en cultuur. Qua werkwijze vertonen sommige praktijkvoorbeelden ook elementen van het mesoniveau. Op de lange termijn kan het proces tenslotte leiden tot veranderingen op macroniveau, zoals we bijvoorbeeld zien in de paradigmashift van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij.

De werkzame elementen van vernieuwing

Uit de inventarisatie kunnen een aantal lessen worden getrokken die u als gemeente kunt gebruiken om de Wmo en de Participatiewet beter met elkaar te verbinden. Zo blijkt dat bij succesvolle innovatieve praktijkvoorbeelden een aantal gemeenschappelijke kenmerken kunnen worden geïdentificeerd:

  • Informeel en formeel vullen elkaar aan en versterken elkaar en vergroten de flexibiliteit om in te spelen op vragen en behoeften van mensen en om maatwerk te leveren.
  • Een wisselwerking tussen bewonersinitiatieven en kwetsbare burgers; sommige initiatieven drijven op bewoners- of ondernemersinitiatieven die bepaalde taken oppakken in de buurt en wijk die van belang zijn voor kwetsbare inwoners. Er ontstaat ruilhandel of een dienstenaanbod.
  • Het combineren van ontmoeting en werk; naast de invulling van activering of werkdoelen hebben deze initiatieven een inloop- en ontmoetingskarakter. Zij verlagen de drempel van contact naar activiteit naar zinvolle daginvulling en economische of maatschappelijke participatie.
  • Het combineren van verschillende doelen; die verschillende doelen bevinden zich op maatschappelijk, organisatie- en individueel niveau door de combinatie van activering, werk, welzijn, inburgering en gezondheid.
  • Cross-overs door samenwerking tussen partijen met een diverse opbrengst. Bijvoorbeeld financieel onafhankelijke sociale firma’s die milieu- en sociaalmaatschappelijke resultaten nastreven, uitkeringsgerechtigden die participeren in ecologische stadslandbouw en tegelijkertijd de voedselbank bevoorraden, de training van uitkeringsgerechtigden met het oog op vermindering van overbelaste mantelzorg etc.
  • Het combineren van verschillende doelgroepen; veel initiatieven richten zich niet (direct) op een bepaalde doelgroep. Die variëteit is terug te zien in de activiteiten en in het aanbod van diensten. Mensen krijgen ruimte om te ontdekken waar zij enthousiast van worden en waar ze in willen investeren. Daarmee staat niet het extern geformuleerde eindresultaat centraal, maar een op intrinsieke motivatie gericht proces van activering en ondernemerschap.

En wat maakt deze praktijkvoorbeelden succesvol in het innoveren?

De praktijkvoorbeelden laten zien dat zij vernieuwen door hun manier van organiseren van diensten en aanbod, hun wijze van samenwerking en burgerkracht. Die verschuivingen gebeuren door:

  1. Inzet op het bundelen van diensten door ze als voorliggende voorzieningen te presenteren in plaats van als geïndiceerde maatwerkvoorzieningen.
  2. Het creëren van nieuwe samenwerkingsvormen tussen bedrijven en wijkteams of welzijnsinstellingen. Dit zit zowel in de doorverwijzing als in de uitvoering.
  3. Laagdrempelige inloop en toegang. Iedereen kan naar binnen lopen en er wordt ook bij iedereen gekeken naar wat diegene kan en wil. Deze praktijkvoorbeelden werken bijvoorbeeld niet met indicaties.
  4. Inzet van bewoners en ervaringsdeskundigen die als rolmodel andere bewoners of uitkeringsgerechtigden begeleiden.

Voor de volledige inventarisatie, klik hier.

Aan de slag met vernieuwing

Om het proces van vernieuwing te stimuleren zijn tal van werkwijzen en instrumenten. We noemen er hier enkele waarmee Movisie de afgelopen jaren ervaring opdeed.

 

Transitiearena

Een Transitiearena is een vorm van kennisuitwisseling en –deling en het gezamenlijk zoeken naar nieuwe “rules of the game”. Deelnemers zijn mensen die zich al bezig houden met vernieuwende experimenten of daarin geïnteresseerd zijn. Doel is het stimuleren van vernieuwing en verandering, experimenten uitwisselen en volgen, vraagstukken delen en bespreken en samen vooruit kijken. Het bijeenbrengen van verschillende perspectieven: aanbieders, sociale firma’s, gemeenten, deelnemers, staat centraal. Deze werkwijze is gebaseerd op de theorie van DRIFT (zie kader hierboven) . Movisie organiseert regelmatig landelijke transitiearena bijeenkomsten Neem voor de preciese data contact op met Mirjam Andries over vernieuwing in arbeidsmatige dagbesteding en beschut werk. Maar het is ook mogelijk om een transitiearena op regionaal, lokaal of wijkniveau te organiseren.

 

Inzicht in maatschappelijk effect: outcomegericht werken

Vernieuwing heeft te maken met het herzien van de doelen en gewenste maatschappelijke effecten: wat willen we bereiken en kunnen we terug naar de bedoeling? Door samen met inwoners, aanbieders  en collega-ambtenaren het gewenste maatschappelijk effect te formuleren en bijbehorende indicatoren die iets zeggen over de outcome (het effect), komt u op vernieuwende uitgangspunten voor beleid en uitvoering. Dit wordt in drie cocreatieve werksessies gedaan aan de hand van een doelenboom. Vervolgens kunt u de geformuleerde doelen en indicatoren monitoren om met elkaar van te leren en verder te vernieuwen. Met deze werkwijze heeft Movisie ervaring op diverse thema’s, bijvoorbeeld in de gemeente Doetinchem rond het thema zinvolle daginvulling. Meer informatie over deze werkwijze en de achtergrond hiervan vindt u in de publicatie Op weg naar outcomegericht werken. Over sturen op maatschappelijk effect in het sociaal domein.