Wetgeving

Om mensen naar vermogen mee te laten doen in de samenleving zijn twee wetten van belang: de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Participatiewet

Het doel van de Participatiewet is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. De gemeente is verantwoordelijk geworden voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben. De wet geeft de gemeenten instrumenten om te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking een plek op de arbeidsmarkt kunnen vinden. De belangrijkste zijn loonkostensubsidie en beschut werk.

De doelgroepen van de Participatiewet zijn: 

  • Alle mensen die voorheen onder de Wet werk en bijstand (Wwb) vallen 
  • Jonggehandicapten die niet duurzaam 100% arbeidsongeschikt zijn 
  • De Wet sociale werkvoorziening (Wsw) doelgroepVanaf 2015 is de Wsw afgesloten voor nieuwe instroom. Gedurende de komende decennia neemt het bestand van Wsw-werknemers door natuurlijk verloop geleidelijk af. De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) is vanaf 1 januari 2015 alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben.

In het sociaal akkoord hebben werkgevers afgesproken dat er tot 2025 125.000 garantiebanen worden gerealiseerd. Deze baanafspraak staat los van de 30.000 beschutte werkplaatsen die in de komende jaren worden gecreëerd en de arbeidsplaatsen waarop nu Wajongers al werken. Als werkgevers de afgesproken extra banen onvoldoende realiseren, treedt een wettelijk quotum in werking.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

De huidige Wmo, ook wel Wmo 2015 genoemd, is de opvolger van de oorspronkelijke Wmo uit 2007. Gemeenten hebben in de nieuwe Wmo een bredere verantwoordelijkheid voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maatschappelijke verkeer. Ook moeten zij een passende maatschappelijke ondersteuningHet begrip ‘maatschappelijke ondersteuning’ omvat:
- Het bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld.
- Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving.
- Het bieden van beschermd wonen en opvang.
bieden waarmee mensen in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Mensen die voor hun begeleiding gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid een beroep deden op de AWBZ, kunnen zich nu wenden tot de gemeente. 

Maatwerk
In de oude Wmo stond de compensatieplicht centraal. Gemeenten waren verplicht om mensen met een beperking of psychische problematiek te compenseren voor de beperkingen die zij ondervinden bij hun zelfredzaamheid en participatie. In de nieuwe Wmo is de term ‘maatwerkvoorziening’ geïntroduceerd. De verplichting voor gemeenten om maatwerk te leveren is in de nieuwe wet ruimer geformuleerd dan de compensatieplicht.

Gemeenten hebben in de nieuwe wet nog steeds een resultaatverplichting

Het uitgangspunt is dat zelfredzaamheid en meedoen de verantwoordelijkheid zijn van mensen zelf. Maar gemeenten zijn verplicht om beleid te maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie of behoefte hebben aan beschermd wonen of opvang.

Verbinding Wmo en Participatiewet

De helft van de mensen die met de Participatiewet te maken krijgt, heeft ook andere vormen van ondersteuning nodig die vanuit de Wmo gefinancieerd worden. Meer verbinding tussen de Wmo en de Partipatiewet ligt dus voor de hand.
 

Participatiewet
Wmo